Originaliteit troef in de mooiste blazersmuziek van de 18de en 19de eeuw. Mozart schreef zijn Serenade in Bes, KV 361 of Gran Partita voor twaalf blazers en contrabas in zeven delen en wijkt daarmee danig af van de standaard. Doelbewust, want Mozart wou er de aandacht van keizer Jozef II mee trekken. Sinds hij zich in de zomer van 1781 in Wenen als zelfstandig componist vestigde, ging hij actief op zoek naar nieuwe projecten en compositieopdrachten en haalde hij alles uit de kast om potentiële opdrachtgevers te imponeren. Groots is deze serenade zeker. Het werk overstijgt de Harmoniemusik in al haar facetten en benadrukt de grandeur en warme klank van hobo-, klarinet-, bassethoorn- en fagotparen in combinatie met vier Franse hoorns. De weerbarstige timbres van de blazers worden wonderwel met elkaar vervlochten. In de Gran Partita zit werkelijk alles: trots, ernst, statigheid, humor, melancholie, mysterie, liefde en genegenheid.

Antonín Dvořák schreef zijn blazersserenade in één geut neer bij het jaarbegin van 1878. Het werk heeft dezelfde basisopstelling als de ‘Gran Partita’ van Mozart. Maar Dvořák gebruikt ook heel wat nieuwe elementen. Zo breidt hij het arsenaal uit met een contrafagot, een derde hoorn en een stevige strijkersbas in cello en contrabas. De componist meandert moeiteloos door Franse rococomotieven, Oosterse harmonieën en Duitse volksmelodieën. Toch blijft doorheen al die verschillende stijlen Dvořáks Tsjechische thuisland klinken. Het is een serenade waarin door elke noot de zon schijnt!

https://www.isolisti.be/